Het boek Nature and the Human Soul van Bill Plotkin is een belangrijke inspiratiebron voor het mannenwerk dat we vanuit Mannenhart doen. Het is een lijvig boek, waarin Plotkin tot in detail zijn visie op een zielsgecentreerde menselijke ontwikkeling uitwerkt. Met dit droombeeld schetst hij een alternatief voor de manier waarop de meeste mensen in de westerse wereld zich tegenwoordig ontwikkelen. Of eigenlijk: in hun ontwikkeling blijven steken, doordat zij al van jongs af aan geconditioneerd worden om in een dolgedraaide op egoïsme, materialisme en het ieder-voor-zich-principe gebaseerde industriële productie- en consumptiemaatschappij te overleven.

Er zijn met name drie elementen uit het boek Nature and the Human Soul die mede het fundament vormen van de visie van waaruit we binnen Mannenhart werken.

Mannen kunnen zich een leven lang blijven ontwikkelen

Het eerste element is de aanname dat we ons als mens een leven lang kunnen blijven ontwikkelen. En dat we eigenlijk ophouden met helemaal ons zelf te zijn wanneer deze ontwikkeling stagneert. Plotkin beschrijft de ontwikkeling die we als mens in de loop van ons leven kunnen doormaken aan de hand van 8 levensfasen en evenzovele transitieperioden die de overgang van de ene naar de andere levensfase markeren. Deze heeft hij samengevat in wat hij het Eco- and Soulcentric Developmental Wheel noemt. Een grafische samenvatting van dit model vind je hieronder. Een samenvattende uitleg van de 8 levensfasen vind je op deze website op de pagina man zijn.

In elke levensfase hebben we een cultuur- en een natuur-gerichte ontwikkelingstaak

De tweede aanname van Plotkin die ons inspireert, is dat we als mens in elke levensfase twee ontwikkelingstaken hebben. Een cultuur-gerichte en een natuur-gerichte ontwikkelingstaak. In de late kindertijd is de cultuur-gerichte taak bijvoorbeeld om de (ongeschreven) waarden en normen te leren kennen van het gezin, de familie, de buurt, het land, de cultuur en de eventuele religie waarin we opgroeien. De natuur-gerichte taak is in deze levensfase om – binnen de veiligheid van onze letterlijke of figuurlijke achtertuin – de wondere wereld van de natuur te ontdekken.

In de huidige westerse samenleving is de cultuur zo dominant geworden over de natuur, dat de natuur-gerichte ontwikkelingstaak er vaak bij in schiet. Daardoor zijn volgens Plotkin veel mensen zowel het contact met de uiterlijke natuur als het contact met hun innerlijke natuur verloren. Met de activiteiten van Mannenhart proberen we een bijdrage te leveren aan het herstellen van die verbinding met de uiterlijke en onze innerlijke natuur. Vandaar ook dat natuurbeleving het belangrijkste element is van het Vader Zoon weekend. En aangezien in de levensfase van vroege adolescentie het ontdekken van onze seksualiteit de belangrijkste natuurgerichte taak is, mag aandacht hiervoor ook niet in ons Making of Men-weekend ontbreken.

Niet mannen zijn ‘het’ probleem maar dat veel mensen in hun adolescentie blijven hangen

Dat we in een patriarchale door mannen en mannelijke waarden gedomineerde cultuur leven, wordt door veel mensen als de diepste oorzaak gezien van de ecologische, economische en politiek crises die zich in onze tijd voordoen. Wat ons ook inspireert is dat Plotkin niet mannen als het pobleem ziet, maar het feit dat in onze westers industriële samenleving de meeste mensen (zowel mannen als vrouwen)  niet werkelijk volwassen worden, maar in de levensfase van vroege adolescentie blijven hangen. Hij noemt onze samenleving daarom ook wel pathologisch adolescent. Kenmerkend voor de vroeg adolescentie is dat mensen dan bezig zijn om te leren hoe zij – zowel binnen de natuur als in de cultuur – als zelfstandig indivu kunnen overleven. In deze levensfase zijn mensen dus van nature egoïstisch. Dat zou geen probleem zijn, als voldoende mensen zich – doorheen de late adolescentie – tot volwassenen zouden ontwikkelen die van nature meer wij- dan ik-gericht zijn. Helaas is dat niet in onze samenleving nog niet of niet meer het geval. Plotkin wijt dit overigens niet alleen aan het feit dat veel kinderen in hun kindertijd weinig of geen contact met de natuur meer hebben, maar ook aan het feit dat de gangbare opvoeding in onze westerse cultuur bestaat uit ‘gehoorzaamheidstraining’ (in de vroege kindertijd) en ‘training van basisvaardigheden om in de economie te kunnen functioneren’ (in de late kindertijd en vroege adolescentie). Kinderen en jong volwassenen worden met andere woorden – over het algemeen – niet gestimuleerd om hun unieke talenten te ontwikkelen, maar geconditioneerd om de maatschappelijke rol van consument en werknemer op zich te nemen.

Lees ook: